Een tijd van komen en gaan…

Zondagmiddag. Het is gezellig druk in de plaatselijke voetbalkantine. ‘Het eerste’ speelt thuis. Naomi kijkt om zich heen, ze ziet veel bekende gezichten zoals een vriendinnengroep uit het dorp. Ze begroeten Naomi. De deur van de kantine gaat vaak open en dicht door in- en uitlopende voetballiefhebbers.

 

 De laatste dagen is Naomi gelukkig weer wat veerkrachtiger. Voorzichtig wordt haar wereldje iets groter. Gisteren heeft ze via Facebook wat gebabbeld met familieleden. Ook liep ze naar de andere kant van de boerderij, de boerderij waar haar oom en tante wonen en waar haar neven woonden. Ze zijn samen opgegroeid. Nu wonen de jongens op zichzelf. Evenals de meeste buurtkinderen. Ook de zus en broer van Naomi zijn uitgevlogen. Alleen Naomi woont nog thuis.

Eén van de neven vroeg: ‘Naomi, kom je morgen ook naar het voetbalveld?’ In haar ogen verschenen kleine lichtjes.

 

Naomi zit aan één van tafeltjes van de voetbalkantine. Ik zit tegenover haar. Voor haar staat haar glas cassis. Links en rechts van haar zitten als twee vrolijke beschermengelen haar neven. Beide hebben een pilsje genomen.

Hun nicht weet zich niet zo goed een houding te geven. Met neergeslagen ogen glimlacht ze verlegen. Ze wordt betrokken bij het gesprek, de jongens maken grapjes waar ze om moet gniffelen. Af en toe wrijft ze in haar handen van opwinding. Of wijst ze met haar vinger naar haar cassis, om te laten zien hoeveel ze nog heeft. Halfvol. Ze geniet.

 

Een man komt de kantine binnen. Naomi ziet hem eerst niet. Ik herken hem, een aardige man. Af en toe legt hij een biljartje bij de dagbesteding van Naomi. Ze schrikt op het moment dat hij in haar blikveld verschijnt. ‘Je kent mij vast nog wel!’, lacht hij, als hij merkt dat ze niet gelijk ziet wie hij is. Even raakt hij haar schouder aan. Ze krimpt in elkaar.
Dit ging allemaal te snel en te onverwacht. Bovendien is het helemaal niet prettig om zo spontaan aangeraakt te worden.

 

Vanuit haar ooghoeken volgt ze hem wanneer hij op een bekende afloopt. Dan zegt ze: ‘Ik vind dit niet fijn hoor.’ ‘Dat weet ik meisje.’

Het glas is halfleeg.

Tijd om naar huis te gaan.

Deel dit:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.